Deze site maakt gebruik van: Cookies
Home
Tell a friend
Email
Toevoegen
aan
favorieten

 
 
 

Het samenstellen van een trainingsschema
Gevorderden

 

 

 
Belangrijke aandachtspunten
   
· Trainingstabellen
In de Trainingstabellen zijn de snelheden het belangrijkst. Door de verkeersdrukte kunnen de tijden alleen een goede indicatie geven. Als het verkeerssituatie het toelaat (wel blijven oppassen!) kunnen de tijden wel goed gebruikt worden.
   
· Wees flexibel bij het uitvoeren van je trainingsschema
Volgens schema moet je een zware training doen. Echter als je de hele dag al moe bent, maak er dan een lichte training van of zelfs een rustdag. Als het al een paar weken niet lekker gaat, neem je flink wat gas terug en pas je het hele trainingsplan aan. Voor meer info: Trainingsschema aanpassen.
   
· Zorg voor variatie
Doe niet elke week hetzelfde. Je lichaam herkent de trainingen op een gegeven moment niet meer als prikkel en er vindt dan ook geen progressie meer plaats. In de algemene voorbereidingsperiode (met veel duurtraining) wordt niet gevarieerd.
   
· Durf rust te nemen
Bouw je schema geleidelijk op: neem na twee weken van opbouw (omvang en intensiviteit) een rustiger week. Vooral na heel intensieve weken neem je een rustige week.
   
· Doe regelmatig een testje
Regelmatig (zo'n om de zes weken) doe je een testje/wedstrijd om na te gaan of je anaėrobe drempel snelheid en de daarbij behorende hartslag verbeterd (of misschien wel verslechterd) is. Na aanleiding hiervan verander je de tijden en snelheden die staan in de trainingstabellen.
   
· Duurtraining
De duurtraining tempo's (1, 2 en 3) zijn gebaseerd op percentages van de anaėrobe drempel. Voor meer info: Duurtraining tabellen.
   
· Intensieve duurtraining
Met tempo 3 duurtraining moet je voorzichtig omspringen. Intensieve duurtraining doen je alleen in de algemene en specifieke voorbereidingsperiode om het aėrobe duurvermogen te verbeteren. In de intensieve periode doe je deze trainingsvorm niet, omdat de hersteltijd tijdens de intensieve periode te lang is. De trainingsvorm kan je verdelen in verschillende stukken van 10 tot maximaal 60 minuten.
   
· Intervaltraining
De percentages die vermeld staan bij de intervaltraining zijn percentages van de anaėrobe drempel. Het getal dat tussen haakjes staat is de pauzetijd. Tijdens deze rustperiode fiets je heel rustig. Intervaltraining kan ook vervangen worden door Vaartspel. Voor meer info: Interval tabellen.
   

   
· Algemene voorbereidingsperiode
De eerste periode voor de verschillende afstanden is hetzelfde. Deze periode wordt daarom ook de algemene voorbereidingsperiode genoemd.
   

·

Specifieke voorbereidingsperiode
De schema's van Wielersportinfo leggen met behulp van veel rustige duurtrainingen in de algemene voorbereidingsperiode een stevige duurbasis, zodat je de zware trainingen verder op in het schema goed kan verwerken. Wanneer je duurvermogen in orde is kan je ook direct beginnen met de specifieke voorbereidingsperiode.
   
· De voordelen van een logboek op papier
Een logboek voor je trainingen op je computer is heel bruikbaar. De voordelen van een overzicht in een gewoon schriftje mag je ook niet onderschatten. Voor het schrijven in je trainingslogboek heb je vaak meer mogelijkheden, zodat je meer de tijd hebt om het goed te doen. Een schriftje kan je op een rustig moment (bijvoorbeeld tijdens televisie kijken) even doorbladeren. Ook kun je je aantekeningen snel verbeteren als dat nodig is (de computer start je niet op voor een kleine verandering). Bovendien gaat een logboek op papier niet snel verloren. Voor meer informatie en een voorbeeld: Trainingslogboek.
   
· Door de bomen het bos niet meer zien
Door de verschillende trainingsvormen wordt het hart- en vaatstelsel, longen en spier- en peesstelsel op verschillende wijze belast. Zo worden tijdens een lange rustige duurtraining de spieren (onder andere de glycogeenvoorraad) veel meer belast dan het hart. Omdat de rusthartslag de volgende dagen lekker laag is, denk je dat de eerstkomende training gemakkelijk gaat. Dat hoeft echter helemaal niet het geval te zijn. Dit komt doordat je beenspieren nog (lang) niet hersteld zijn. Doe daarom gewoon een hersteltraining in plaats van dat je die hartslagzone koste wat het kost wilt bereiken.
   
   
Perioden en doelen
· Je gaat eerst na in welke periode (of beter welke wedstrijd) je in bloedvorm wilt zijn. Hierna ga je de drie opeenvolgende trainingsperiode’s bepalen: de algemene en specifieke voorbereidingsperiode en de intensieve periode. Je houdt uiteraard goed rekening met de beschikbare tijd voor deze periode van 20 weken.
   
· Algemene voorbereidingsperiode
Begin: 20 weken voor het uiteindelijke doel.
Einde: 12 weken voor het uiteindelijke doel.
Dus aantal weken: 8.

De trainingen in deze periode bestaan voor het grootste deel uit rustige duurtrainingen. Het kan geen kwaad hooguit één keer in de drie weken een tempo 3 training te doen. Deze periode is ook heel geschikt om aan krachttraining (o.a. heuveltraining) te doen. Het doel van de twee voorbereidingsperiodes (de naam zegt het al) is je voor te bereiden op de intensieve periode, zodat je de trainingen in deze zware periode goed aankunt.
   
   
· Specifieke voorbereidingsperiode
Begin: 12 weken voor het uiteindelijke doel.
Einde: 6 weken voor het uiteindelijke doel.
Dus aantal weken: 6.

De trainingen in deze periode bestaan nog steeds voor het grootste deel uit duurtrainingen. Begonnen word met extensieve intervaltraining. Deze periode sluit je af met een rustige week, om uitgerust aan de intensieve periode te beginnen.
   
   
· Intensieve periode
Begin: 6 weken voor het uiteindelijke doel.
Einde: 2 weken voor het uiteindelijke doel.
Dus aantal weken: 4.

Tijdens deze periode komt je vorm voor de wedstrijd. Vooral door de intensieve intervaltrainingen zal je snel vooruitgang boeken. Als je de voorbereidingsperiode goed hebt uitgevoerd zal je voldoende snel herstellen van de zware trainingen in deze periode. De derde week van deze periode train je iets minder intensief.

Twee weken voor de wedstrijd begin je met het verminderen van de lengte van de duurtrainingen. Deze laatste week/twee weken doe je rustige duurtrainingen en korte, zeer intensieve intervallen; de rustperiodes tussen deze intervallen zijn lang. Deze vorm kun je ongeveer zes weken vasthouden.
   
   
· Vervolgschema
Het samenstellen van een trainingsschema na een toertocht is afhankelijk van veel factoren. Voorbeeld: hoe snel je hersteld van een toertocht, of je een beginnende of gevorderde wielrenner bent en natuurlijk de datum van de volgende wielertocht. Voor meer info: Vervolg trainingsschema.
   
   
· Overgangsperiode
Begin: einde seizoen.
Einde: nieuwe seizoen d.w.z. begin voorbereidingsperiode.

Tot aan het begin van de nieuwe voorbereidingsperiode houd je je algemene conditie bij. Voor de afwisseling kan je nu ook eindelijk eens aan andere sporten gaan doen. Je fietst wel zo'n drie keer in de week. Als het herstel goed verloopt kunnen we ook best wel eens wat intensiever trainen. Zorg er in ieder geval voor dat je niet te veel doet. Als de trainingen en wedstrijden naar tevredenheid zijn verlopen kan je na een aantal weken (afhankelijk van de hersteltijd) over stappen naar een zwaarder schema.
   
   

Jaarplanning

·

De meeste van ons willen helemaal niet eenmaal per jaar naar een piek toewerken. Als je tweede wedstrijd (of tourtocht) binnen de vormpiek van zes weken valt, train je door als in de voorgaande intensieve periode. Echter zorg wel voor meer rust. Als de tweede (en andere) wedstrijden niet binnen die periode van zes weken vallen ga je anders te werk. De weken na de eerste wedstrijd train je als in de algemene voorbereidingsperiode d.w.z. veel duurtraining. De vorm zal gedeeltelijke verdwijnen. Zo’n 6 ą 4 weken voor de wedstrijd begin je dan weer met de intensieve periode. Hierna ben je weer ongeveer zes weken in vorm, waarin je dan twee wedstrijden kunt doen. Hierna kun je eventueel nog naar een derde piek toewerken. Dit is overigens niet aan te raden, omdat je het risico loopt overtraind te raken.
 

 

Voorbeeld van een jaarplanning met twee pieken

   
   
Trainingsschema 25km 50km 150 km 100km 200km
· Het is nu duidelijk hoe je globaal een fietsschema kan gaan maken. Ook kan je in de Duurtrainingtabel en Intervaltabel en in Trainen met hartslagmeter nagaan hoe hard je moet fietsen tijdens de trainingen.  Voor meer info: Trainingswijzer. Voor de verdere invulling verwijzen we naar de trainingsschema's voor gevorderden 25km en 50km en 100km en 150km en 200km.
   
  Stuur door



Probeer nu een
proefabonnement

 

 

 

 

 

Start: September 2003  Laatst gewijzigd op: