|
|
| · |
Traptechniek trainingen doe je met een hoger
trapfrequentie. Hierbij voorbeelden. |
|
|
| · |
Verhoog je trapfrequentie iedere 1 - 3 minuten
met 5 rpm (maximaal 120 rpm). Fiets tussen de serie's 1 -2 minuten met een
normale cadans. |
|
|
| · |
Variatie: doe setjes van 30 tot 60 seconden. |
|
|
| · |
Piramidetraining: begin met een lage
trapfrequentie, ga geleidelijk (om de 1 - 3 minuten) naar een hoge, ga
daarna weer geleidelijk terug naar een de lage. |
|
|
| · |
Bovengenoemde voorbeelden kan je ook invullen
met verschillende verzetten. |
|
|
| · |
Probeer regelmatig enkele minuutjes te
fietsen met een zeer hoge trapfrequentie (tussen de 120 en 150 RPM). |
|
|
| · |
Probeer je te concentreren op de vier verschillende fasen. |
|
|
| · |
Probeer aandacht te besteden aan één been. Je
kunt ook met één been fietsen.
Wissel daarbij regelmatig (bijvoorbeeld om de 30 - 60 seconden) van been. |
|
|
| · |
Als je te veel beweegt met je bovenlijf doe je
het niet goed. Deze beweging kost bovendien extra energie. |
|
|
| · |
Het is dus de bedoeling dat de pedalen in regelmatige cirkels worden
bewogen. |