|
|
Om het fietsen in een groep overzichtelijk en veilig te houden zijn er
een aantal regels opgesteld. Als iedereen zich hieraan houdt wordt de kans
op ongelukken een stuk kleiner. Voor de duidelijkheid: deze pagina gaat niet over het rijden in een groep tijdens wedstrijden, maar tijdens
toertochten.
Tempo 
Probeer in een gelijkmatig tempo te fietsen, zodat er geen
onrust in de groep ontstaat. Ook is het voor degenen die achteraan fietsen
duidelijker wat ze kunnen verwachten. Houdt in de gaten of de mindere
fietsers het tempo nog aankunnen, pas eventueel de snelheid aan.
Plaats in de groep 
Fiets met maximaal twee renners naast elkaar. De kans op
ongelukken is zo een stuk kleiner, bovendien is het wettelijk niet
toegestaan met drie of meer personen naast elkaar te fietsen. Probeer ook
regelmatig wat kopwerk te doen. Na het kopwerk laat je, afhankelijk van je
positie via de binnenkant of buitenkant van de groep afzakken. Voortdurend
helemaal achteraan fietsen is niet verstandig, omdat je bij kleine
oponthoudingen (zoals scherpe bochten en tegenliggers) je extra energie moet
steken om weer bij de groep te komen. Bovendien is de kans een stuk groter
dat je bij een valpartij betrokken raakt. Ook is het voor je conditie beter
om regelmatig op kop te rijden. Zie de opmerking van Leontien Zijlaard - van Moorsel in Opvallende uitspraken wielrenners.
Waaier rijden 
Het woord 'waaien' zegt het eigenlijk al: tegen de wind in fietsen. Deze
techniek wordt toegepast bij tegenwind die van zij komt. Er wordt er
gefietst in een lang lint, waarbij elke renner zo kort mogelijk achter het
wiel van zijn voorganger zit. Ook fietst elke renner net even meer links of
rechts (afhankelijk van welke hoek de wind komt) achter zijn voorganger.
Door deze tactiek neemt de windkracht in de groep steeds verder af. De
voorste renner laat zich na een periode van kopwerk afzakken naar de
achterste positie in de groep, om weer op adem te komen. Dit afzakken
gebeurt als de wind van links komt via de buitenkant van de groep. Bij
rechter wind via de binnenkant.
Het aangeven van gevaarlijke situaties 
In de loop van de jaren zijn er in de fietswereld codes ontstaan
om gevaar aan te geven. Hieronder een overzicht. Als er staat
'arm' wordt dat vaak gedaan met de rechterarm.
· Stoppen: arm omhoog.
· Paaltjes: paaltjes!!
· Gevaar op de weg: met arm schuin naar beneden en naar achteren.
· Tegenligger: met je arm boven je rug naar links wijzen.
· Tegenligger: tegen!!
· Inhaler: achter!!
· Bochten: linksaf!! of rechtsaf!!
· Gat of grind of zand in/op de weg: gat!! of grind!! of zand!!
De laatste kilometers 
Vrij veel ongelukken gebeuren tijdens de laatste kilometers van
een toertocht door overmoedig en roekeloos gedrag. Blijf je
daarom houden aan bovengenoemde regels tot aan de finish van een
tocht. |
|
|
Stuur door
|
|
 Probeer nu een proefabonnement
|