| Warming-up |
| |
|
|
· |
Doel:
Het doel van de warming-up is je niet
alleen lichamelijk, maar ook mentaal voor te bereiden. De
lichaamstemperatuur en met name die van de spieren wordt verhoogd.
Hierdoor zullen er allerlei processen die bij het fietsen
betrokken zijn efficiënter verlopen, waardoor het effect van je training
hoger zal zijn. Door het goed uitvoeren van de warming-up verminder je
bovendien de kans op blessures. |
| |
|
|
· |
Hoe:
De warming-up begin je door in een heel rustig tempo te fietsen.
Na een minuut of tien doe je wat versnellinkjes van een minuut.
Tijdens de rustperiodes van deze versnellinkjes kan je er voor
kiezen rekoefeningen op de fiets te doen. Doe na afloop van de
warming-up ook
wat rekoefeningen. |
| |
|
|
· |
Duur:
De lengte van de warming-up is afhankelijk van verschillende
situaties. Bij een rustige fietstraining is heel langzaam starten
voldoende. Als voorbereiding op een intervaltraining moet je een
kwartier uit te trekken. Bij een wedstrijd nog iets meer. Ook is
het een en ander afhankelijk van de weeromstandigheden. Trekt bij
koud weer gewoon meer tijd uit voor de warming-up. |
| |
|
| |
|
Cooling-down  |
| |
|
|
· |
Doel:
Na afloop van de training doen je een cooling-down om de lichaamstemperatuur
weer te laten zakken en om de afvalstoffen beter af te voeren. Door de cooling-down op
de juiste wijze toe te passen zal je sneller herstellen van je inspanningen.
Ook worden de loopspieren weer op lengte gebracht. |
| |
|
|
· |
Hoe:
Hetzelfde als de warming-up, maar dan andersom. Rustig fietsen met wat
versnellinkjes. Daarna fiets je nog een stukje uit in een heel rustig tempo. Doe tijdens en na afloop van de cooling-down ook
wat lichte rekoefeningen. |
|
|
|
|
· |
Duur:
Net als bij de warming-up is de cooling-down ook afhankelijk
van verschillende situaties. Over het algemeen is tien
minuten voldoende. Doe altijd een cooling-down. Doe ook niet
te veel. |
|
|
|
|
|